Vriendschapsboom

Veertig jaar geleden ontmoetten we elkaar voor het eerst. Het was in een leeg souterrain in Katwijk. Jij stond daar in de blakende zon, schattige kleine witte bloempjes droeg je. Maar of je in de bloei van je leven was, daar begon ik aan te twijfelen toen ik de gortdroge grond voelde aan je voeten. Waarom zo’n kostbare uitspatting terwijl je zo weinig te makken had? Maakte je soms je rijkdommen te gelde zoals een moslima haar bruidsschat, omdat het echt niet meer anders kon?

Ik gaf je water, niet te veel, want ik zag aan je gezwollen bladeren dat je overdaad niet zou kunnen verdragen. Dat was ons eerste echte contact. Op die dag trok ik bij jou in. Jij was mijn enige gezel. 

De komende weken wierp je je tooi af, je bladeren glinsterden in de zon. Het water had je goed gedaan. Een jaar lang zouden we in deze onderaardse ruimte samenleven, daarna verhuisden we naar mijn tweede studentenkamer, in Leiden. Je kreeg een plek in het raamkozijn met uitzicht op het noorden. Het zuiden zou je ook prima gevonden hebben, denk ik, want je wortels lagen in Zuid-Afrika. Je verwanten groeiden daar, ik had ze persoonlijk ontmoet in een rotsig woestijngebied. Zij waren gehard en dat jij verre van veeleisend was had je ongetwijfeld aan je taaie voorouders te danken. 

Schilderachtig

Na een paar jaar tilde ik je uit het raamkozijn voor een nieuwe verhuizing, dieper de binnenstad in. Iets krapper behuisd, maar wel een mooi uitzicht op gracht en ophaalbrug. Een keer per week sprenkelde ik een beetje water over je voeten. Je glom van tevredenheid. Maar veel rust gunde ik je niet, want na krap twee jaar had ik een grotere kamer gevonden met een uitzicht dat ronduit schilderachtig was. Rembrandt had hier om de hoek gewoond. 

Zoals alles was ook dit verblijf tijdelijk. Geklemd tussen verhuisdozen hobbelde je naar Tilburg. Na een eenkamerflat met uitzicht van niks kwamen we in een oud pandje op een binnenplaats te wonen waar het licht zich tussen hoge muren door moest wringen om bij jouw mollige blaadjes te komen. Dat werd snel beter toen ik je in een brede vensterbank plaatste in de binnenstad. Maar in Zorgvlied kwam je pas echt op stand te wonen. Niet dat van vlieden van zorgen ook maar enigszins sprake was, want voor zover ik kon inschatten had jij je sinds je benauwde toestand in dat Katwijkse souterrain nergens meer om bekommerd.

Toen sloeg het noodlot toe. Ik ging op vakantie en had je aan de zorgen van derden toevertrouwd. Ik had ze meer over jou moeten vertellen, over je sobere levensstijl. Ik had ze moeten zeggen dat je een vetplant bent, dat je water kunt opslaan als de beste, maar dat je dat water niet kunt teruggeven als het je teveel wordt. 

Natte snot

Gevloerd als een treurwilg met oedeem trof ik je bij thuiskomst aan. Ik kon me de haren wel uit mijn kop trekken. Je stam was verweekt, je bladeren zaten als natte snot aan de grond geplakt. Ik had je laten barsten. 

Redeloos, radeloos, reddeloos. Ik zag geen andere uitweg: ik knipte je slappe ledematen af, de een na de andere. Toen stuitte ik op een stukje stam van krap een centimeter waarop een frisgroen blaadje zich monter handhaafde als een schipbreukeling op een vlot in de oceaan. Daar heb ik me aan vastgeklampt. 

Die groene speldenknop in die reusachtige bloempot werd na enkele dagen groter, het minuscule stammetje stuurde wortels uit, begon zich te verankeren. Je blaadje werd een takje waar opnieuw blaadjes aan kwamen. Dat takje werd steviger, je richtte je op, strekte je uit en werd een kleine versie van wat je ooit geweest was. Dat was nog maar het begin van je wederopstanding. Binnen enkele jaren stond je daar weer, zoals je vroeger was: een plant van formaat, met een wirwar van takken en frisgroene blaadjes. Een jubelende herrijzenis.

Nog gunde ik je geen rust. Je moest mee naar Texel. Het deerde je niet. Integendeel: daar werd je nóg groter en steviger alsof dit voor jou een vakantie was waar je nieuwe energie van kreeg. Je kreeg zelfs opnieuw frisse witte bloemetjes. Niet uit armoede deze keer, maar omdat je uit reserves putte.

Gevelde reus

Helaas treft het leven hetzelfde lot als vakantie: het houdt een keer op. Terug naar Tilburg. Over die paar blaadjes die je daar geleidelijk aan begon te verliezen maakte ik me nog geen zorgen. Totdat het er meer werden en je zelfs hele takken liet vallen. Voorheen wist je dat soort verliezen moeiteloos te pareren met nieuw groen, maar nu ging er steeds meer af dan erbij kwam. Ik gaf je een grotere pot. Meer licht. Zelfs wat mest. Je perste er nog wat groen uit, maar je stam was op plaatsen zo teer als een stuifzwam. Ik nam mijn toevlucht tot kleine amputaties zodat je je krachten kon concentreren op wat je nog had. Maar je had niets meer. Je begon het contact met de aarde te verliezen, je werd instabiel, begon te wankelen en op een dag zeeg je als een gevelde reus ineen. 

Crassula ovata, zo heette je voluit. Maar je had veel bijnamen. Sommigen noemden je jadeplant, anderen geldboom. Maar dat waren niet je mooiste namen. Dat was vriendschapsboom. Aan die vriendschap kwam een einde, met een doffe klap in de groenbak. 

17 Comments

Add yours →

  1. Jozef van Erve mei 18, 2022 — 13:35

    Bedankt voor je mooie verhalen

    Like

  2. ellenparrots mei 18, 2022 — 14:05

    Geweldig geschreven weer 👍🏼

    Like

  3. Jose van Vijfeijken mei 18, 2022 — 16:20

    Wat een mooi verhaal over je vriedschapsboom leuk om te lezen.Verder fijne vacantie.

    Hartelijke groeten, José

    Verstuurd vanaf mijn iPad

    >

    Like

  4. Theo van Gils mei 18, 2022 — 19:11

    Een schitterend stukje proza, waar liefde , emotie en sentiment van af spatten ! Heerlijk om op je balkonnetje in Oostenrijk van te genieten!

    Like

  5. Jannie Keizer mei 18, 2022 — 20:26

    Prachtig verhaal. Ik heb er zeer van genoten en zo herkenbaar!

    Like

  6. Wat een mooi verhaal Piet! We kijken nu toch met heel ander ogen naar de levensboom van Grietje. Ook deze heeft minder tijden gekend maar doet het na ruim 40 jaar gelukkig nog prima.
    Een tip voor in het geval er ooit nog een nieuwe gaat komen. In de zomer bij mooi weer de plant een tijdje buiten zetten. Frisse lucht doet ze schijnbaar goed.

    Groet,

    Grietje en Jeroen

    Like

    • Ha Grietje en Jeroen, dank voor je tip. Ik zag hem zojuist bevestigd in Spanje, waar mijn zus woont. In haar tuin staan verscheidene vriendschapsbomen, jaloersmakend groot en in blakende gezondheid. Natuurlijk, een ander klimaatje daar. Maar toch, als er een nieuwe komt ga ik hem ‘s zomers buitenzetten.

      Like

  7. C’est la vie, ook van een vetplant

    Like

  8. Hoi Piet
    Wat een mooi stukje proza, zeer herkenbaar, nam mijn planten ook uit A,dam mee naar huis in de vakanties,
    See you
    Janh

    Like

  9. Petra de Goeij mei 23, 2022 — 09:00

    Hi Piet Ohhh wat een mooi stukje. Vriendschapsboom, een hele toepasselijke naam. Ik heb er drie, ’s zomers buiten, ’s winters binnen. Ik koester ze, Liefs, Peet

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: