De weg terug

28 november 2020

Het moest er maar eens van komen. Ik had ze al zo vaak ’s ochtends vroeg voorbij zien vliegen. De meeste vervolgden hun route over het Riels Laag, andere, zoals de ‘meerkoetspreeuw‘, stapten eerder uit. Na de zomer was het begonnen. Bij het krieken van de dag, net rond het tijdstip dat de zon opkwam, waren de spreeuwen gekomen, eerst in groepjes van tientallen, later, in de herfst, met honderden tegelijk. Tijdstippen en aantallen krabbelde ik in mijn boekje. Daar maakte ik later grafiekjes van. Daarin schemerden reisschema’s door (Figuur 1). Al viel het me ook zonder dat boekje wel op dat het in oktober ineens heel druk werd. Dan hoorde ik ze soms nog eerder dan dat ik ze zag: een ruisend tapijt van spreeuwen laag over me heen. Vogels uit noordelijke en oostelijke streken.

Figuur 1. Aantallen spreeuwen passerend bij zonsopgang
Steeds vroeger

Doordat ik ook de tijden van hun doorkomst opschreef begon het op te vallen dat ze vanaf het einde van de zomer steeds vroeger aan de oosthemel verschenen (Figuur 2). Wellicht dat ze vanwege het korter worden van de dagen meer tijd nodig hadden om hun dagelijkse rantsoenen te verzamelen. Maar er moet meer aan de hand zijn geweest want zelfs na de winter, bij het lengen van de dagen, bleven ze vroeger komen, zelfs al voordat de zon zich liet zien. Hoe dat zat, daar kon ik moeilijk achterkomen, maar het lag wel voor de hand dat ze, met het broedseizoen in het verschiet, steeds vroeger in hun territorium wilden zijn.

Figuur 2. Tijdstip waarop spreeuwen rond zonsopgang passeren (minuten voor of na zonsopgang)

Die patronen op mijn scherm vertelden me overigens niet waar de spreeuwen precies vandaan kwamen. Daarvoor stond het bos in de weg. Daar kwamen ze ’s ochtends overheen scheren. Zo’n beetje uit noordoostelijke richting kwamen ze, maar die informatie was te vaag. Daarom ben ik ’s ochtend eens gaan posten op een open plek bij het industrieterrein Katsbogten (punt 1 in figuur 3). Daar had ik overzicht en hoopte ik beter te kunnen zien waar ze vandaan kwamen. Ik zag ze weer aan komen vliegen en gebruikmakend van wat karakteristieke gebouwen kon ik zichtlijnen construeren. Zou de grote zandwinningsplas tussen Tilburg en Goirle (punt 2 in figuur 3) hun slaapplaats zijn? Om daar zeker van te zijn kon ik ze natuurlijk het beste opzoeken als ze terug naar hun slaapplaats vlogen. Ik moest in de namiddag op pad.

Wachten bij het water

Op 28 november om 16 uur nader ik de zandwinningsplas. Met de auto, want als ik de vogels nog zal moeten volgen, zal dat met de fiets teveel tijd in beslag nemen. Het is kraakhelder weer. De zon zal om 16.35 uur ondergaan en ik verwacht de spreeuwen op zijn vroegst rond die tijd. Ik sla af naar het industrieterrein. Ik stuit op een slagboom. Op goed geluk nader ik de versperring. De slagboom gaat omhoog (ik hoop dat hij dat ook zal doen als ik straks weer naar buiten wil). De zandwinningsplas is omgeven met ruigtes en riet. Zo te zien geschikt voor een spreeuwenslaapplaats. Ik wacht. De zon zakt achter de gebouwen die rond de plas staan. Op de plas dobberen kuifeenden en futen. Ik hoor het bedelgepiep van een jonge fuut, dat is wel erg laat in het jaar. Even later vind ik hem als hij zich tegen een oudervogel aanschurkt. Het jonge dier is nog in pyjama. Duizenden kauwen verzamelen zich boven de bosschages die ingeklemd liggen tussen het klaverblad bij de A58. Daar zal het veilig zijn, geen mens zal zich daar ’s nachts wagen – overdag ook niet trouwens. De spreeuwen komen niet. Ik tuur de hemel af. Dan zie ik er, noordelijker dan ik verwacht had, enkele vliegen. Ze gaan niet naar de plas, ze vliegen verder in de richting van het Willem II stadion. Daar moet ik heen. Ik ren naar de auto.

Figuur 3. De route van de spreeuwen (stippellijn) en de uitkijkpunten (1-4). Rechts onderin hetzelfde gebied als kader in de grotere omgeving.

De slagboom opent, ik mag weer vertrekken. Ik moet opschieten, de zon is al onder. Om kwart voor vijf rijd ik achter het Willem II stadion langs de woonwijk in. Daar stap ik uit. De lichtmasten van de tennisbanen zijn bedolven onder kauwen. Tegelijkertijd wervelen er vele honderden in de lucht. Hitchcock had dit een gouden shot gevonden. Een groep vogels vliegt in strakke lijn voorlangs. Spreeuwen. Ze houden de vaart erin, vliegen verder in oostelijke richting. Tussen obstakels van masten en gebouwen door probeer ik ze te volgen. En daar in de verte gebeurt waarnaar ik op zoek ben: zwarte zwermen golven door het luchtruim. De spreeuwen zijn aangekomen bij hun slaapplaats. Het moet ergens in Stappegoor zijn. Kan ik daar op tijd zijn?

Een donkere wolk

Het is al bijna tien voor vijf, het begint al donker te worden. Ik spring in de auto en koers weer helemaal om het Willem II stadion heen naar de ringbaan. Topdrukte op het kruispunt. En het licht op rood. Dat blijft lang zo. Zelden heeft een verkeerslicht zo lang op rood gestaan. Groen. Plankgas. Alle auto’s rijden langzamer dan anders. Daar is de afslag naar Stappegoor. Ik neem hem en gok daarna meteen weer de eerste afslag rechts. Die gaat naar de Ireen Wüstbaan. Achterin tussen de gebouwen door zie ik een donkere wolk. Ik stuur de auto de stoep op en spring eruit.

Het ruisen van duizenden vleugels klinkt als muziek in de oren. Wild zwenken ze heen en weer, ze vormen een bol, die wordt uit elkaar getrokken en opgerekt tot een dikke kabel waar vrijwel direct een knoop in wordt gelegd. Het is een buizerd die ze tot dit betoverende ballet opzweept. Zodra hij in de boom landt ontwarren de spreeuwen de knoop. Om even te ontspannen? Ik loop naar een hek, wring mijn hoofd tussen de spijlen door. Een fel schijnsel verlicht witte dampen boven een buitenzwembad. Ik vind een draaideur. Op slot natuurlijk. Achterin zie ik een rij bomen die tot in de kruinen gevuld zijn met klimop. Daar is hun plaats voor de nacht. Veilig achter slot en grendel.

Spreeuwen arriveren op hun slaapplaats.

Vijf over vijf. Bijna donker, de lucht is inktblauw. De spreeuwen vallen als één zware kluwen naar beneden. Wat rest is gekwetter in de duisternis.

4 Comments

Add yours →

  1. Harrie Timmermans. december 4, 2020 — 17:07

    Weer zo een Schitterend mooi verhaal Piet J. van den Hout, en weer een lust om het te lezen Piet!!
    En ja die verkeerslichten bleven natuurlijk expres zo lang op rood staan hahaha en de verkeersdeelnemers schieten ook nie op! Ja Piet soms zit het echt allemaal tegen he!! maar je hebt er een heel mooi verhaal van gemaakt, En het Filmpje was ook Prachtig!! Ik blijf je zo veel als mogelijk volgen op deze manier Piet Fijne avond en veel SUCCES met je mooie Hobby Piet!

    Like

  2. Mooi verhaal, maar linke boel als je zo over de weg jakkert met je blik naar de hemel. Pas je wel goed op het verkeer? Moet je niet met een drone gaan werken?

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: