Bloedlink

Als natte doekjes bungelen ze hier en daar aan een halm van riet of gele lis. Via die stengels zijn ze vanuit hun oude waterleven opgeklommen naar een nieuw bestaan in de buitenlucht. De harnasjes waarvan ze zich zojuist via het rugpand hebben bevrijd, hangen er verlaten bij, als afgedankte jasjes. Maar hun nieuwe leven is gevaarlijker dan het oude. Gedurende de eerste uren althans. Ze kunnen maar beter niet gezien worden, want eenmaal opgemerkt kunnen ze zomaar verdwijnen in de bek van een hongerige vogel, nog voordat ze goed en wel de kans hebben gekregen om hun vleugels tot vliegsterkte op te spannen.  

Vuurjuffer hangt als een doekje aan de stengel.

 

Nooit eerder in hun bestaan zijn ze zo kwetsbaar geweest. Het lijkt wel of er rollen zijn omgedraaid: zo kort geleden waren ze op de modderige bodem van de plas gevreesde vijanden van wormen, larven en ander klein waterwild. Weliswaar liepen ze daar zelf ook gevaar voor vissen en andere roofvijanden, maar dat was niets vergeleken met de kansloze positie waarin ze verkeren onmiddellijk nadat zich uit hun pantser hebben bevrijd. 

 

Larve van een libel.
Keerpunt

Overigens was het niet de eerste keer dat ze zich van een oude mantel ontdeden. In de tijd dat ze nog in het water leefden waren ze allemaal al een paar keren uit hun jasje gegroeid. Maar dít is een keerpunt: deze vervelling in de open lucht zal hun laatste worden. Als ze die ongezien doorkomen, zullen ze, om niet meteen door grote bazige soortgenoten op de huid te worden gezeten, eerst even naar een rustig plekje vliegen, tot hoog in de bomen die langs de plas staan, in elk geval een eindje bij hun geboortewater vandaan. Daar zullen ze, jagend op kleine insecten, zich rustig voorbereiden voor het echte leven, het leven waarin ze een partner zoeken om een gezin mee te stichten.

Een zwartkop weet de vuurjuffers feilloos te vinden.

Maar het is een grimmig jaar. In voorgaande jaren was er vaak maar één vogel die van hun prille kwetsbaarheid profiteerde of er zelfs maar van op de hoogte was. Die ene zomer was het een zwartkop. Die wist de slappe bundeltjes feilloos op te sporen. Balancerend als een rietzanger sprong hij van stengel naar stengel en wist hij de een na de andere boreling van vlak boven de waterspiegel weg te grissen. Het jaar daarop had de roodborst het monopolie. Het was nog een onverwachte meevaller dat andere vogels niets door leken te hebben van deze bungelende buitenkansjes. Maar dit jaar is het een koolmees die het voortouw neemt. Vaardig grijpt hij zijn kansen. Maar wat meer is: horden jonge kool- en pimpelmezen hebben op hun weg naar zelfstandigheid het kunstje afgekeken. En zo gebeurt het dat op een dag tientallen mezen zich verdringen aan de waterkant op zoek naar weerloze slachtoffers. Gelukkig blijft de schade beperkt. Want mezen zitten zelden stil. Ze gaan er ook weer vandoor. En als er één mees gaat, gaan ze allemaal. En zo komt de waterplas weer tot rust. 

Houtpantserjuffer kort nadat hij uit zijn huid is gekropen (‘uitsluipen’ in jargon).
Zojuist uitgeslopen bloedrode heidelibel
Uitsluipen

Intussen sluipen op vele plekken in de vijver larven uit hun jasjes. Regelmatig stijgen juffertjes als helikopters ten hemel. Ze landen op bladeren hoog in een lindeboom. Ze zijn met vele, daarom worden ze nooit allemaal gevonden. Een bloedrode heidelibel heeft zich zojuist uit zijn harnas bevrijd. Het zonlicht kaatst in rode spetters van haar vleugels. Bloedvloeistof vult daar de ragfijne aderen. De vleugels die aanvankelijk nog wat slapjes naar voren hingen, strekken zich steeds strakker tegen het slanke lichaam – als een slungelig pubermeisje dat zich tot een zelfbewuste vrouw ontwikkelt. 

Blauwe glazenmaker sluipt uit zijn vorige leven.
Vele libellen (hier: vuurjuffers) redden het en planten zich voort.

En zo gaat het al meer dan 275 miljoen jaar. Honderd miljoen jaar voordat de eerste vogels op aarde verschenen, waren er al libellen. Ze zagen de dino’s komen en gaan. Al die tijd kropen ze al uit het water met achterlating van hun jas en beproefden hun geluk op het land. Dat was bloedlink, misschien wel het meest in het vogeltijdperk. Maar het werkte wel.

4 Comments

Add yours →

  1. jan erftemeijer augustus 29, 2020 — 15:08

    Ahhh, wat een supergave foto’s!!! Groetjes, Jan

    Like

  2. Weer een geweldig mooi verhaal over lot en noodlot!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: