Spreeuwen nemen wat vaker een ruikertje mee

7 april 2020 – De boomklever zit op eieren. Het vrouwtje schiet door een gat van een berk naar binnen en komt niet meer naar buiten. Kort daarna arriveert het mannetje met een deel van een insect in de snavel. Het vrouwtje rekt zich naar buiten en neemt de gift in dank aan. Aangezien ze zojuist buiten was geweest had ze dat voedsel evengoed zelf kunnen vergaren, maar de man brengt het niet vanuit behoefte maar vanuit intentie – zoals dat ook geldt voor ‘ontbijt op bed’ in de mensenwereld.

Ik ben al weer in de buurt van de woongroep van de spreeuwen. Mijn aandacht wordt getrokken door de ‘merelspreeuw‘. Hij knipt een paar jonge blaadjes van een berk en schiet daarmee zijn nesthol in. Die groene blaadjes zijn niet zomaar een willekeurig alternatief voor dorre blaadjes zoals de andere leden van de woongroep eerder meebrachten. Ze hebben een bijzondere betekenis. Maar welke? Daar breken biologen zich al jarenlang het hoofd over.

Aanvankelijk dachten ze dat de blaadjes gifstoffen bevatten die bloedzuigende parasieten weren waar spreeuwen vaak last van hebben. Het was inderdaad gebleken dat de groene blaadjes die spreeuwen in het nest deponeerden vaak etherische oliën bevatten waarvan sommige giftig waren. Maar de natuurlijke dosis bleek niet bijster hoog. Bovendien bleken de spreeuwen geen uitgesproken voorkeur te hebben voor giftige blaadjes. 

Een Gronings-Amsterdamse onderzoekscoalitie, bestaande uit onder anderen Jan Komdeur en Maurice Sabelis, kwam erachter dat de spreeuwen juist vaker frisse groene blaadjes afknipten van bomen en bloemplanten die níet giftig waren. Hoe dan ook vielen die blaadjes in goede aarde, want mannetjes die ze meebrachten hadden meer succes bij de vrouwtjes.

IMG_2302-2

Roofmijten

De biologen opperden een andere verklaring voor dat succes: roofmijten. In spreeuwennesten zitten behalve bloedzuigende mijten, vaak ook roofmijten. Die roofmijten komen graag op bloemen, knoppen en jonge blaadjes om daar stuifmeel te verzamelen. Maar om zich voort te planten hebben ze behalve plantaardig voedsel ook eiwitten nodig. Die halen ze uit de bloedmijten. Het idee is dat de spreeuwen met de groene blaadjes ook die roofmijten hun nestholte binnenbrengen. De rovers doen zich tegoed aan de bloedmijten waardoor de spreeuwen er minder last van hebben. In De Spreeuw van Koos Dijksterhuis lees ik dat roofmijten ook bij kippen goed werk kunnen verrichten. Kippen hebben last van dezelfde bloedluizen als spreeuwen, en roofmijten bestrijden die minstens even goed als de insecticiden die de kippenfokkers toedienen. 

Het zijn de wonderlijke wegen van natuurlijke selectie. Want denk niet dat die mannetjes verstand hebben van desinfecterende middelen. Toch kregen de mannetjes die met die frisse groene blaadjes kwamen aanzetten meer gezonde nakomelingen. Die deze gewoonte erfden van hun ouders en ook groene blaadjes gingen verzamelen. Zo moet het zijn begonnen en zo werd het een vaste gewoonte onder de spreeuwen.

Maar er is meer aan de hand. De vrouwtjes willen alleen mannetjes die groene bloemetjes, blaadjes en knoppen in het nest leggen. Ze deinzen er niet voor terug om die ruikertjes die de man in het nest heeft achtergelaten er weer uit te mikken, alleen om het mannetje uit te dagen nog meer groen aan te slepen. De vrouwtjes schrijven hem de wet voor. Als mannetjes zich willen voortplanten moeten ze de vrouwtjes behagen en vaker een bloemetje of wat blaadjes meebrengen.

Als de wensen van het vrouwtje beslissend zijn wordt het gedrag van de mannetjes niet in de eerste plaats gestuurd door natuurlijke selectie (met groene blaadjes zorgen ze – via roofmijten – voor een betere overleving van de jongen) maar vooral door seksuele selectie (met de ruikertjes halen ze de vrouwtjes over voor hén te kiezen). 

De man brengt zijn ruikertjes voor haar, terwijl ze in wezen voor de jongen bestemd zijn. Maar zolang die roofmijten met de bloemetjes en de blaadjes blijven meeliften zodat de nestjongen tegen bloedmijten worden beschermd, zal dit systeem niet alleen door de vrouwtjes maar ook door de wetten van de evolutie worden ondersteund. 

___________________

Bronnen:

Dijksterhuis, Koos. 2016. De Spreeuw. Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen.

Wolfs H.J., Lesna I.K., Sabelis M.W. & Komdeur J. 2012. Trophic structure of arthropods in Starling nests matter to blood parasites and thereby to nestling development. Journal of Ornithology 153:913-919

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: