Nakomertjes

 

nat web RL

29 juli 2019

De dag is jong, de zon is nog achter de einder. Het is lekker fris en kraakhelder. De dauw hangt als een wattendeken over het veld en geeft spinnenwebben gewicht. Een vos spurt weg, zijn dikke wollige staart verdwijnt als laatste in de struiken.

Zo’n honderd spreeuwen gaan in een lange waaier laag over de velden. Ze komen van hun slaapplaats en zullen waarschijnlijk de kieviten opzoeken in wier gezelschap ze graag in het grasland naar larven peuren.

Er vliegen een tien of wat gierzwaluwen rond. Het zouden al doortrekkers kunnen zijn, want de meeste gierzwaluwen uit deze buurt lijken enkele dagen geleden naar Afrika te zijn afgereisd. Om precies te zijn gebeurde dat vier dagen geleden, op 25 juli. Op die dag beleefden we hier en daar temperaturen van meer dan 40 graden Celcius. Weerdiensten claimden dat dit de warmste dag was die ooit in De Bilt is gemeten. In de ochtend hadden de gierzwaluwen nog luid gierend rondom mijn huis gescheerd. Later zou blijken dat dat afscheidskreten waren. ‘s Avonds sloeg het weer om. Donkergrijze wolken leken aan flarden te zijn getrokken. In een merkwaardig groen licht vlogen zes gierzwaluwen rond. Ze vlogen laag en gaven geen geluid. Kort daarna was er een tropische onweersbui losgebarsten met zware regen. De dag erop was er geen gierzwaluw meer te bekennen en ook de dagen erna hoorde ik ze niet meer gieren. Ik vermoed dat ze net voor de bui naar Afrika zijn vertrokken.

Een nieuw licht

Kort voor zevenen vallen de eerste zonnestralen op het Leidal. Allerhande steltlopers uit subarctische taigawouden baden nu in het warme ochtendlicht: witgatjes, een bosruiter, een kemphaan en tientallen watersnippen. Enkele snippen ruiken onraad, maken zich plat en werpen hun staart zijwaarts omhoog. Zo springen ze van plaats naar plaats naar veiligheid. Ik vermoed dat het opsteken van die staart  —  met  daarop die donkere ‘oogvlek’  —  roofdieren kan afleiden. Beter een snip zonder staart dan een snip zonder kop.

 

De wintertalingen die mij al de hele zomer hebben beziggehouden, zijn er nog steeds. Maar nu lijken de kansen op nageslacht toch echt verkeken. Nog even en hun soortgenoten die in de noordelijke taigazone hebben gebroed sluiten zich weer bij hen aan.

Wakker blijven

Toch is dat broedseizoen nog niet helemaal afgelopen. Mijn oog valt op een eend, een vrouwtje. Ze zwemt met een behoorlijke vaart langs, met vier kleine kuikens in haar kielzog. Die wilde eenden weten niet van ophouden. Ik pak mijn telescoop, kijk nog eens goed. Het zíjn geen wilde eenden. Dit zijn warempel wintertalingen. Hoe bestaat het? Dat ene paartje, waarvan het mannetje later in de rui was gekomen dan de andere mannen (zie blog ‘Verborgen levens’), heeft toch nog broedsucces behaald.

 

 

De wintertalingen hadden mijn idee dat van broeden niets terecht was gekomen aan flarden gezwommen. Daarmee zetten ze mij weer op scherp.

We moeten de blik openhouden. Als we de luiken sluiten, komt er geen licht meer naar binnen.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: