Ecologische val

Het gebeurde op 3 augustus 2019, in mijn tuin. Een knollewitje (Pieris rapae) zit op een van de bloemetjes van de jasmijn. Op zich niets bijzonders. Ik weet wat hij daar te zoeken heeft: nectar. Maar waarom fladdert hij zo? Zou hij niet stilletjes de zoetigheid naar binnen moeten zuigen? Vlinders hoeven het er toch niet met geweld uit te trekken? En wat zou dat gefladder dan opleveren? Ik begin te geloven dat er iets niet in de haak is.

 

 

 

Ik zet een trapje bij de struik, want de vlinder zit op twee meter van de grond. Ik kijk eens beter en komt tot de veronderstelling dat het dier met zijn tong in de bloem vastzit. Wat te doen? De natuur zijn gang laten gaan? Of de vlinder uit zijn benarde positie redden? Ik besluit tot het laatste.

Hoe ga ik dat aanpakken? Ik kan moeilijk aan de vlinder gaan trekken: dat zal zijn tong wel losmaken, alleen niet van de plant maar van zijn lichaam. Het moet anders.

Probleem in de hand

Ik besluit de hele situatie eerst eens hanteerbaar te maken door de bloem — met vlinder en al — af te knippen. Het eerste wat in me opkomt is ‘pincet’. Ik loop met de hele toestand naar de keukenla. Nergens een pincet. Wel zie ik de knopspelden waar ik altijd de eieren mee prik. Ik pak er een en ga met mijn stilleven weer naar buiten.

Heel voorzichtig begin ik het een na het andere blaadje van de bloem af te pulken. Totdat ik vlak bij de bloembuis kom, waar de tong in vastzit. Bij knollewitjes is die tong bijna 5 keer zo lang is als zijn kop. Ongebruikt zit hij in 4 tot 5 wentelingen opgerold. Nu steekt het hele ding licht gekromd in de bloembuis van de jasmijn. Ik hoef die tong maar aan te prikken en het is met het arme beestje gedaan. Dit vereist chirurgische precisie.

Heel voorzichtig probeer ik zonder de tong te raken met mijn speld de bloembuis een stukje naar buiten te drukken. En dan vliegt de vlinder ineens naar de vrijheid. Ongeschonden.

Zoete inval

Wat achterblijft is de vraag hoe hij (de vlinder is een mannetje) in deze beknellende toestand terecht raakte. Zou het kunnen dat het koolwitje per ongeluk een bloem bezocht waarvoor hij niet het juiste gereedschap bezat? Tenslotte is jasmijn een plant die hier van oorsprong niet voorkomt, maar thuis is in de Himalaya en in gematigde streken van China — en het is ook nog eens een kweekvorm.

Niet alle planten zijn een zoete inval waar ieder dier zomaar terecht kan. Planten produceren nectar om vlinders — en andere dieren — te lokken, zodat de bezoekers zich met stuifmeel bedekken dat ze weer op de stempel van andere planten kunnen afleveren. Voor een succesvolle voortplanting moeten die andere planten natuurlijk wel van dezelfde soort zijn. Als planten weinig selectief zijn in het toelaten van bezoekers, lopen ze de kans nectar en stuifmeel te verspillen aan bezoekers die het stuifmeel bij een verkeerde plant afleveren. Er bestaan planten die door een bijzondere anatomie — bijvoorbeeld een ultralange bloembuis, slechts één of enkele bestuivers toelaten (zoals dieren met een extra lange tong).

Op internet vond ik één ander voorbeeld waarin een vlinder met zijn tong gevangen zat. Dat betrof een kolibrivlinder. Die heeft een uitzonderlijk lange tong, nog veel langer dan die van het koolwitje. Maar waar het om gaat: ook híj zat gevangen in een kweekvorm van een uitheemse plant (Oenothera speciosa, een Teunisbloem uit Noord-Amerika). Boswachter Jenny van Leeuwen uit Den Haag liet hem vrij.

 

_E2A1668
Kolibrievlinder (Macroglossum stellatarum) op distel
Kieskeurig

Zou die jasmijn kieskeuriger (moeilijker toegankelijk) zijn dan het koolwitje heeft ingeschat?

Zou het zelfs kunnen zijn dat wij mensen, door de introductie van planten, vlinders zoals het koolwitje en de kolibrievlinder een rad voor ogen draaien? Zouden we hen —  door hen een vreemde plant aan te bieden waarop ze evolutionair niet zijn berekend — in een ecologische val lokken?

________________________________________________

Bronnen:

https://www.ad.nl/den-haag/boswachter-jenny-redt-kolibrievlinder-uit-benarde-situatie~a830bb6a/?referrer=https://www.google.nl/

Krenn, H.W. 1990. Functional morphology and movements of the proboscis of Lepidoptera (Insecta). Zoomorphology 110: 105-114

4 Comments

Add yours →

  1. Wat een interessant berichtje. Iets waar je normaal helemaal niet bij nadenkt.

    Like

  2. wat heb je weer een mooi verhaal geschreven ik zie je al bezig jammer dat ik er niet bij waszelfs een vlindertje moet gered worden wat zal dat een goed gevoel geven.

    Liked by 1 persoon

  3. Die vlinder had wel de juiste tuin uitgekozen 🙂

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: