In nevelen gehuld

 

RL ochtendmist

24 mei

Hoog in de bleke ochtendhemel zweeft een gedaante, wit en doorschijnend. Haar sierlijke cirkels, eerst nog groot en traag, verkleinen en versnellen tot een tollende beweging. Brede gevingerde vlerken tekenen zich af als de gestalte groter wordt, dichterbij komt. Vlak voordat het witte wezen met het aardse contact maakt, lost het op in dichte nevel. Wulpen laten luide trillers horen alsof ze bibberen van ontzag. Grutto’s volgen met hun opgewonden ‘wieto-wieto-wieto’. De aartsengel Gabriël die de aarde komt bezoeken?

Het is een grote zilverreiger. Voor deze tijd van het jaar een onverwacht bezoek. Het is alsof de vogel iets bijzonders te melden heeft.

Geratel in het verborgene

Even verderop meldt zich een geheimzinnige flinterdunne ratel. Ik loop eropaf, totdat het haast gonzende insectachtige geluid niet verder dan een paar meter van me vandaan klinkt. Het is een vogel, zijn zang doet denken aan een sprinkhaanzanger (voorheen heette hij sprinkhaanrietzanger), maar de triller gaat sneller, hapert minder, en is lager van toon.

Ik zoek me wezenloos, maar zie de zanger niet zitten. Ik wacht geduldig af, wil hem niet wegjagen. Af en toe schuif ik een klein beetje op om mijn kijker met een andere hoek door de braamstruiken te priemen. Zet mijn handen aan de oren om de richting van het geluid beter te peilen. Het beestje houdt zich goed verborgen. Toch klinkt het geluid weinig gedempt; ik weet dat de vogel mij door een klein gaatje in het struweel zit aan te staren.

Minuten gaan voorbij. Dan zie ik hem zitten. Verborgen in de braamstruik. Hij zingt met de bek wijd open. Geen sprinkhaanzanger, zoals verwacht, want hij heeft geen gevlekte bovenzijde. Deze vogel is effen roodachtig bruin, met een brede afgeronde staart wat hem een stevig voorkomen geeft. De tinten onder op zijn staart zijn geschakeerd, als lamellen van luxaflex. Die kenmerken horen bij een naaste verwant van de sprinkhaanzanger: de snor.

 

 

De snor is zo’n beetje de laatste rietvogel die ik hier in Brabant verwacht. Hij is in vrijwel heel Nederland zeldzaam. Hij komt vrijwel alleen nog voor in uitgestrekte rietmoerassen van de lagere delen van Nederland, zoals De Oostvaardersplassen en De Wieden-Weerribben. In 1960 broedden ze nog met minstens 25 paren in de Moerputten, bij Den Bosch, met zo’n 10 paren in De Brand bij Udenhout. Maar die tijden zijn voorbij, in Noord-Brabant is hij vrijwel verdwenen.

Hete barrière

De West-Europese snorren overwinteren, net als sprinkhaanzangers, in de Afrikaanse Sahel, waar precies is niet duidelijk. Misschien wel in de Senegal Delta waar beide soorten veel worden gezien. Om daar te komen moeten ze de hete barrière van de Sahara trotseren. Tijdens mijn onderzoek op de Banc d’Arguin, in de Mauritaanse Sahara, zag ik nooit een snor. Maar wel de sprinkhaanzanger.

Alleen maar zand, met hier en daar een armetierig struikje. Geen grasspriet, laat staan rietstengel, te bekennen. En bovenal: geen water. Onze terreinwagen was zo’n beetje het enige plekje dat de sprinkhaanzanger kon vinden om uit de verzengde zonnestralen te blijven. Alle schuwheid was van hem afgevallen.

grasshopper warbler
Sprinkhaanzanger, Banc d’Arguin, Mauritanië, 5 oktober 2006
Niet op zijn plek

In de braamstruiken langs het Riels Laag, is de zingende snor niet op zijn plek. Ook in de moerassige laagte een eindje verderop zal hij waarschijnlijk niet gaan broeden. Daarvoor zijn de rietmoerassen niet uitgestrekt genoeg. Toch trekt hij hier de aandacht van een vrouwtje. Misschien heeft hij elders al gebroed of heeft een poging daartoe gedaan, en zoekt hij wegen om het nog eens te proberen.

De dag erop is het gesnor nergens meer te bekennen. Waar hij nu is en wat hij hier deed, de snor zal het ons niet vertellen. Het zal in nevelen gehuld blijven.

 

_______________________________________

Bronnen

Beemster N. 2018. Snor in Nederland Sovon Vogelonderzoek Nederland, ed. Vogelatlas van Nederland. Utrecht/Antwerpen: Kosmos Uitgevers.

Van Erve F.J.H. (eindred.) 1967. Avifauna van Noord-Brabant. Van Gorcum & Comp. N.V. – Dr. H.J. Prakke & H.M.G. Prakke.

Zwarts L, Bijlsma RG, van der Kamp J, Wymenga E. 2009. Living on the edge: Wetlands and birds in a changing Sahel. Zeist: KNNV Publishing.

 

 

 

3 Comments

Add yours →

  1. Mooi verhaal over de snor! En knap gevonden. Gr Margreet

    Like

  2. Toos en Piet. juli 4, 2019 — 00:05

    Hoi Piet wij hebben je verhaaltje gelezen het lijkt wel poëzie heel mooi groetjes.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: