Avonturen in de avonduren

RH avondrood 2-2

15 mei 2019

De lage avondzon beschijnt de berkenboompjes op de heide met een warme gloed. Hoe anders is de sfeer als de zon de dag niet inluidt, maar haar juist meevoert tot achter de horizon?

Twee boomvalken jagen boven de heide op vlinders. Ik vermoed dat het spanners zijn, misschien wel hageheld, een soort die veel op heide voorkomt. De valken gaan, afwisselend flappend en glijdend, laag over de struikjes en plukken daar vlinders vanaf. Vaak ontsnapt zo’n prooi en schiet de hoogte in. Dan werpt de valk zich op zijn kant, schiet als een pijl omhoog, keert terug en grist de vlinder alsnog uit de lucht.

Dwarrelende vleugels

Met de poten brengt hij zijn buit naar de snavel. Na enige gepruts dwarrelen vier minuscule vleugeltjes naar beneden; ze steken helder af tegen de avondlucht. Die vleugeltjes moeten de valken niet.

De valken blijven jagen terwijl het licht aan de westelijke hemel verflauwt. Ze benutten kennelijk de schemerperiode waarin de vlinders actiever worden. Hun ogen zijn groter dan die van de meeste andere valken.

Even voor halftien, kijk ik op veilige afstand met de telescoop nog even naar de nestboom van de kleine bonte specht aan de bosrand. Daar had ik op 16 april de laatste activiteit gezien (zie ‘Bonte spechten leven langs elkaar heen’). In het halfdonker zie ik nog net een vogel naar binnen glippen. Ook voor hen is het bedtijd.

Piep-knor

Voor andere dieren begint het nu juist. Om halftien betreed ik de donkerte van het bos. Meteen ratelt de eerste nachtzwaluw. Nog geen vijf minuten daarna klinkt het piep-knor van de houtsnip. Hij vliegt vlak over de boomtoppen. In het kwijnende avondlicht zie ik zijn warm-bruine kleuren.

Zodra het donker wordt, is het alsof overal het geluid wat harder wordt gezet. Dorre bladeren kraken alsof er enorme beesten overheen marcheren. Die enorme beesten zullen wel muizen te zijn. Wat moeten die knaagdiertjes nerveus worden van hun eigen gekraak. Het moet voor de uilen een koud kunstje zijn om ze op te sporen. De buizerd roept nog een keer en de parelende zang van de roodborst klinkt extra mooi binnen de klankkast van kaarsrechte dennenbomen.

Vreemde gasten

Ik kom bij een open plek in het bos, met donker naaldhout eromheen. Het gebied heet de Halve Maan vanwege het gelijkvormige vennetje dat er middenin ligt. Hoor ik daar boomkikkers? Die zaten hier tot voor kort niet. In Brabant kwamen ze aanvankelijk alleen voor in De Brand en De Leemputten bij Udenhout en op de Molenschotse Heide bij Gilze Rijen. Een jaar of tien geleden zijn ze op verschillende plaatsen uitgezet, maar niet hier. Van de boswachter hoor ik dat iemand ze hier illegaal heeft losgelaten. Zo te horen zijn het er vier. Ze ratelen ritmisch. Twee groene kikkers en een nachtzwaluw voegen zich in het koortje.

boomkikker1
Boomkikker (De Brand)

Tegen de zwak verlichte avondhemel weet ik een ratelende nachtzwaluw in de telescoop te vangen. Zijn snavel gaat nauwelijks open, maar trilt enorm. Dan zwiept hij van zijn tak af en zwenkt met stijve opwaarts flappende vleugels, als een balletdanser, tussen de bomen door.  Af en toe klinkt ‘ruíet?’, zijn vluchtroep. Soms sluit hij zijn ratel af met een aflopende reeks van lijzige ‘fliep’-geluiden die uitloopt op een paar klappen met de vleugel. Het lijkt het meest op het geluid van een losschietende filmspoel — maar wie weet nog hoe dat klinkt?

Bosuilen roepen verderop: twee mannetjes, een dichtbij, een in de verte. Ook de wulp laat zijn bieberende baltsroep nog eens horen. Een ree blaft, het geluid verplaatst zich: hij rent.

‘Wat ruist daar in het struikgewas?’, schiet door me heen bij een geritsel dat te lang aanhoudt en te luid is om van een ree te kunnen zijn. Het is een wild zwijn. De boswachter vertelde me dat ze hier zitten.

Rond kwart voor elf loop ik via het bos terug naar de heide. Boven me klinkt de vluchtroep van de meerkoet. Een typisch geluid dat hij in het voorjaar maakt tijdens grote rondvluchten. Het klinkt heel anders dan wat ze op het water roepen. Ik kijk omhoog in de hoop een blik van de baltsende vogel op te vangen (wat me nog nooit gelukt is), maar zie alleen boomkruinen. Maar ik hoor wel dat hij een zeer wijde boog vliegt: over het bos en dan pas terug naar het natte epicentrum van zijn leefgebied.

Polyfoon piepende gezinnen

Zodra ik uit het bos kom, klinken nieuwe nachtgeluiden. Piepgeluiden die je ook hoort als je een ballon door een smalle spleet laat leeglopen. Het zijn jonge ransuilen. Laag over de hei zie ik een schim van een oudervogel die net het grove-dennenbosje verlaat waar de geluiden vandaan komen. Het zijn drie verschillende tonen, van drie verschillende jongen. Het hoogste en dunste stemmetje is van het kleinste jong. Omdat ransuilen meteen bij het eerste ei beginnen met broeden, komen de eieren niet gelijktijdig uit. De laatstgeborene moet dan opboksen tegen zijn oudere nestgenoten. Daarbij legt het kleintje nogal eens het loodje, vooral als er niet zoveel voedsel is. Ze verschillen daarin van bijvoorbeeld slechtvalken, die pas gaan broeden als alle eieren gelegd zijn, waardoor de jongen met gelijke kansen starten.

Het pad over de heide loopt vlak langs het uilenbosje, waardoor ik op enkele meters langs de piepende vogels kom. De oudste zit vlak voor me. Ik zie hem niet in het pikkedonker. Dat is waar het uiltje kennelijk op vertrouwt, want hij piept doodgemoedereerd verder, samen met de twee andere. Na een kwartiertje hoor ik de nasaal blazende roep van het vrouwtje.

Omdat ik niet van plan ben hier te overnachten, besluit ik maar eens te gaan. Ik neem de route midden over de heide, langs de verspreide groepjes grove dennen, die ook uilenbosjes zouden kunnen zijn. Op twee andere plekken hoor ik inderdaad polyfoon piepende ransuilengezinnetjes.

Ik beland weer in een donker bos. Het ritselt van het leven. Zelfs de eiken laten van zich horen: is het luizenvocht dat als een milde motregel op droge dorre bladeren drupt?

Op de tast vind ik mijn fietsslot en draai het sleuteltje om. Het klakt open, luider dan ik gewend ben. Zonder licht fiets in het lange pad af. Eenmaal in de bewoonde wereld knip ik mijn fietslicht aan. Dat verbreekt de betovering.

 

 

 

 

 

 

2 Comments

Add yours →

  1. Heerlijk weer Piet. Gewoon spannend en ook een beetje zen. Ik leef helemaal mee.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: