Goede tijden, slechte tijden

IMG_7358

6 en 10 mei 2019 

Mijn bezoeken aan de Regte Heide, het Riels Laag en de bossen ten zuiden ervan, beginnen vrijwel altijd bij de Rielse Dijk. De laatste tijd was er rondom het Riels Laag zoveel te beleven, dat ik daar nogal eens blijf haken zonder aan de zuidkant toe te komen.

Op kraambezoek

Daarom ga ik nu toch echt eens kijken hoe het er elders in het gebied aan toe gaat. Hoe zal het de kuifmezen, in de berkenstaak tussen hei en dennenbos (zie blog ‘Kuifmezen zijn er vroeg bij’), intussen zijn vergaan?

De berkenstaak staat er nog, maar er is geen kuifmees te bekennen. De oorzaak openbaart zich als ik dichterbij kom. Waar de vogels even geleden nog door een gaatje in en uit gingen, gaapt nu een grote scheur. Als ik dichterbij kijk zie ik dat die scheur opmerkelijke kartels vertoont. Sporen van een spechtensnavel, dan kan niet missen. Dat zal wel een grote bonte specht zijn geweest, wiens veelzijdige talenten en opdringerige kraambezoeken al een paar keer ter sprake kwamen.

‘Hoe lang hebben de kuifmezen daar nu last van?’, vroeg de vriend die mij geregeld in het veld vergezelt. Daarover durf ik geen uitspraak te doen, al weet ik dat ze niet bij de pakken neer zullen zitten. Ik verwacht dat ze een tweede broedpoging zullen doen. Dat is het voordeel als je er vroeg bij bent (zie blog met gelijknamige titel).

Zacht hout

Het is weer dat zachte hout. Je kunt er prima nestjes in uithakken, maar je huisje wordt wel makkelijk gekraakt. Zouden de boomklevers meer succes hebben dan de kuifmezen? Zij nestelen tenslotte in het hardere hout van de eikenboom. De toegang tot hun nesthol is ook nog eens flink vernauwd (zie blog ‘Metselaar’). De boomklevers zouden nu jongen moeten hebben. Die zouden toch beter beschermd moeten zijn tegen ongewenst kraambezoek.

Via dichtbegroeide eiken-berkenbosjes bereiken we het laantje waar een tiental oude eiken een elzenbroekbosje omzomen. Bij de boomklevers, die in Eik 3 wonen, is het stil. Gespannen houden we de nestholte in de gaten. Grote opluchting. Er komt een vogel aangevlogen. Het vrouwtje. Even zit ze waakzaam voor de nestopening, dan kruipt ze met een plukje insecten in de snavel naar binnen. Na een paar seconden komt ze weer naar buiten en vliegt dan weg, rakelings over haar partner, die al op het punt stond om naar binnen te gaan. Hij kijkt haar een ogenblik verbouwereerd na.

 

De boomklevers zijn prima op dreef. Het vrouwtje heeft zelfs tijd om aan haar woning te werken. Ze komt aanvliegen met een pluk modder in de snavel. Daarmee werkt ze wat oneffenheden weg in het voorportaal. Geregeld kijkt ze even op om te voorkomen dat ze door een sperwer van de boom wordt geplukt. Alles gebeurt in absolute stilte. Ze willen geen onnodige aandacht op zich vestigen.

Alle remmen los

Zo zwijgzaam als de boomklevers zijn, zo luidruchtig laat de spreeuw van Eik 1 zich gelden. Met opgezette keelveren perst hij een waterval aan klanken naar buiten. Af en toe trekt hij zijn groenglanzende veren strak tegen het lijfje waardoor hij een ogenblik heel slank is. Dan maakt hij zich weer zorgeloos groot en spert de bek wijd open. Even zwakt hij af alsof hij twijfelt of al die drukte wel zin heeft. Hij gaat een tandje bijzetten. Zijn vleugeltjes beginnen mee te doen, ze wiegelen aarzelend. Dan ineens gaan alle remmen los en flapt hij uitbundig jubelend met de vleugels. Af en toe bezoekt hij de nestholte. Jongen zijn daar niet meer. Wellicht zijn ze uitgevlogen. Kennelijk wil hij zijn vrouwtje tot nog een broedpoging verleiden.

 

Als het aan hem ligt ondernemen ze die broedpoging weer in Eik 1. Deze ziet eruit als een mooi stevige eik. Maar schijn bedriegt. De twee picknickende dames die ik spreek zijn er nog vol van. ‘Komen we daar aanlopen, breekt er zomaar een gigantisch tak van de boom’.

Ik ga meteen kijken. Eik 1 is geamputeerd. Een tak  van ruim een halve meter dik en een meter of tien meter lang is net naast het nesthol van de spreeuwen afgebroken — daar kwamen de beestjes goed weg. Zelfs de afhangende spriet waar de mannelijke spreeuw gisteren zo enthousiast op aan het zingen was, zit er nog; daar is de tak rakelings langsheen geraasd.

De spreeuw is kennelijk minder onder de indruk dan wij dat zijn. Hij zit onverstoorbaar te zingen, alsof er in zijn eikenlaan dagelijks van die takken naar beneden komen razen.

Die vogels laten zich niet zo makkelijk van de wijs brengen. Mislukt broedgeval, half ingestort huis — ze gaan stug door.

Dat is wat je veerkracht noemt.

 

Met dank aan Boukje Willems voor de foto’s van de geamputeerde eik.

One Comment

Add yours →

  1. Willy van den Boer juni 1, 2019 — 10:56

    Heerlijk om weer te lezen Piet, bedankt!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: