Moederskindje

[Dit blog verscheen op 24 april op Beleef de Lente Slechtvalk (Vogelbescherming)]

Slechtvalken worden als kleine bloteriken geboren. Ze zien de eerste dagen nog niets. Al gauw veranderen ze in een bundeltje witte dons met veel te grote voeten. Ze hebben nog niets van de uitstraling van een fiere roofvogel. Bij het minste zuchtje wind rillen ze van de kou.

 

Juist doordat ze nog zo klein zijn, hebben ze heel veel ‘buitenkant’ ten opzichte van ‘binnenkant’. Daarom verliezen ze heel snel warmte aan hun omgeving. Om niet te vernikkelen blijven ze zeker de eerste week nog onder moeders – of vaders –  vleugels.

Thuiswonend

Hoe stoer slechtvalken ook mogen zijn, in hun jeugd zijn het moederskindjes. Ze blijven vijf tot zes weken thuis wonen, voordat ze de wijde wereld gaan verkennen.

Lang niet alle vogelsoorten zijn ‘nestblijvers’, zoals de slechtvalk. Neem bijvoorbeeld kievit of grutto, bekend van onze weidegebieden: hun kuikens stappen vanuit het ei, nadat ze hun dons hebben gedroogd, zo de wijde wereld in. Hun ouders houden hooguit nog wat supervisie, of laten de jongen af en toe even onder zich kruipen om op te warmen, maar de kuikens zoeken al gauw zelfstandig hun voedsel. Ze heten ‘nestvlieders’.

Inhaalslag

De snelle ontwikkeling die nestvlieders hebben doorgemaakt danken ze vooral aan de grote dooier waaraan ze zich laafden. Nestblijvers, zoals de slechtvalk hebben een relatief kleine dooier (en dito klein ei). Hún ontwikkeling komt pas echt op gang als ze uit het ei zijn. Met hun grotere maag en langere darm kunnen ze het voedsel dat ze van hun ouders krijgen snel verwerken. Hierdoor groeien ze veel harder dan nestvlieders alsof ze zo de achterstand inhalen.

Dat de ene vogelsoort vooral nestvlieders produceert en de andere, zoals de slechtvalk, hulpeloze jongen die langer in het nest blijven, heeft vooral met veiligheid te maken.

 

Gevaar

Nestvlieders, zoals hoenders, eenden en steltlopers, broeden vaak op de grond. Daar lopen ze een grotere kans om door roofdieren gevonden te worden. Ze kunnen hun nest maar beter zo snel mogelijk ontvluchten. Daarom moeten ze meteen goed kunnen zien, mag hun verenpak niet opvallen (dat witte dons van slechtvalken zou levensgevaarlijk zijn), moeten ze goed kunnen rennen en moeten hun hersenen vroegtijdig goed zijn ontwikkeld.

De meeste nestblijvers daarentegen broeden beschut in boomholten, boomkruinen, struiken of andere beschutte plaatsen. Daar zijn kuikens die nog bijna niets kunnen minder kwetsbaar. In een veilige omgeving hebben de stumpertjes alle tijd om zich, gevoed en beschermd door hun ouders, op het echte leven voor te bereiden.

Dat zal ons, mensen, bekend voorkomen.

One Comment

Add yours →

  1. Beste Piet
    Elke keer leer ik weer iets van je boeiende verhalen.
    Bij de mens zijn er ook wel verschillen in nestvlieders en nestklampers.
    Alleen kun je dat niet zo zien in hun tooi.
    Vrg Jan

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: