Nestevolutie: het dak eraf

‘Come! Come!’ Ongeduldig tikt iemand op mijn rug als we in een lodge langs de Okavangorivier, op de grens van Namibië en Botswana, zitten te eten. Het is halfnegen in de avond en pikkedonker. Het is de kok die mijn aandacht zoekt. Wat kan hij gezien hebben? Een schorpioen in de keuken? Hij gaat ons voor, en rept zich inderdaad in de richting van de keuken. Maar in plaats van naar binnen te gaan richt hij zijn zaklamp vlak naast de keuken omhoog naar een plek op ruim drie meter hoog in een boom.

Mannetje van Afrikaanse Paradijsvliegenvanger (Phalaborwa, Zuid-Afrika).

‘Look! Look!’ De lichtbundel kruipt langs de kale takken van een boom en valt dan op een bouwwerkje van boombast, ragfijne worteldelen, gras, stukjes korstmos en spinrag, stevig verankerd in een takvork — het nestje van een Afrikaans zangvogeltje, de Paradijsvliegenvanger (Terpsiphone viridis).

En daar is het hommeles. Languit over het nest ligt een goudkleurige Tijgerslang (Telescopus semiannulatus) van ruim een meter lang. Uit zijn wijd opengesperde bek bungelt het naakte kuiken van de vliegenvanger. Tergend langzaam werkt de rover zijn forse buit, kop eerst, naar binnen.

Tijgerslang verslindt kuiken van Afrikaanse Paradijsvliegenvanger (Shakawe, Mazambala Island Lodge, Namibië).

Intussen zijn de oudervogels in geen velden of wegen te bekennen. Geen wonder: de zaak was immers al reddeloos verloren. Maar waarom bouwen deze vliegenvangers zulke open nesten in een omgeving van slangen die dol zijn op hun lekkere blote kuikentjes? Waarom sluiten ze hun bouwwerk niet beter af, zoals veel andere zangvogels, waaronder wevervogels, dat doen? Dan zouden de lenige rovers misschien wat minder makkelijk bij hun kroost kunnen komen.

Wevers, een van de zangvogelfamilies met overkapte nesten (Phalaborwa, Zuid-Afrika).

Het dak eraf

Zo zwart wit ligt het niet. Een overkapt nest is niet per se veiliger dan een open nest. Velen zijn er jarenlang ten onrechte van uitgegaan dat vogels gedurende de evolutie gaandeweg hun nest zijn gaan overkappen, vooral om roofdieren buiten de deur te houden. Wat blijkt nu: toen de zangvogels in Australië ontstonden, hadden de meeste families juist overkapte nesten. Pas later ging bij steeds meer families het dak eraf. Inmiddels heeft pakweg de helft van de zangvogels open komvormige nesten. Prieelvogels tonen overigens nog een spoor van hun voorouderlijke staat: de mannetjes maken koepelvormige nesten om de vrouwtjes in te palmen, terwijl de vrouwtjes open komvormige nesten maken voor het nageslacht.

Mannetje Westelijke Prieelvogel (Chlamydera guttata) probeert met versiering een vrouwtje naar zijn koepelvormige bouwwerk te lokken (Fitzroy Crossing, Australië).

Bovendien toont een wereldwijde overzichtsstudie dat open nesten helemaal niet vaker last hebben van roofdieren dan overkapte nesten. Zeker, overkappingen zullen best nuttig kunnen zijn om roofdieren te weren, maar ze lijken toch vooral handig tegen storm, regen en overvloedige zonneschijn. Bij misschien wel onze grootste bouwkunstenaars, de wevervogels, kunnen we dat mooi zien. Hun dikwandige bouwsels, hebben wel wat van split level woningen waarbij het kroost op de begane grond leeft. Zo kukelen de eitjes of de jongen niet naar buiten als het hard waait.

Zuidelijke Maskerwevers (Ploceus velatus): mannetje hangt aan het nest, terwijl het vrouwtje de begane grond van haar split level woning inspecteert (Canyon Road House, Fish River Canyon, Namibië).

Open nesten zouden onder omstandigheden zelfs veiliger kunnen zijn dan meer afgesloten nesten. Stel dat ons vliegenvangertje in een overkapt nest had gewoond. Plots steekt de kop van onze tijgerslang naar binnen. Het jong is sowieso kansloos. Maar ook de oudervogel kan geen kant uit. Vanuit haar open nest kon ze nog vluchten en heeft ze wellicht hetzelfde jaar, of in elk geval het jaar erop weer een broedsel grootgebracht. Open nesten zijn ook kleiner en vallen daardoor minder op, ook omdat de eieren — en de broedende vogel — doorgaans goed zijn gecamoufleerd. Wadvogelonderzoekers weten hoe moeilijk het is om op de weidse toendra een nest te vinden. Ook onze vliegenvangertjes hebben hun nest gecamoufleerd met korstmossen en spinrag; dat zal hun overdag tegen rovers beschermen. Dat onze vliegenvangertjes metershoog in een slanke boom, met weinig zijtakken hun nest hadden gebouwd, zal de trefkans met nachtjagers, zoals tijgerslangen, bovendien beperken.

Opvallende toename van soorten

Dat de helft van de zangvogelnesten geen dak meer heeft, geeft aan dat open nesten hoe dan ook succesvol zijn. Dat de ene familie vooral open komvormige nesten maakt en de andere er een overkapping op aanbrengt, heeft ongetwijfeld te maken met allerlei omgevingscondities, maar wellicht ook met eigenschappen van de vogel zelf (een lange staart of snavel kan lastig zijn in een nauwe ruimte), of seksuele selectie (bouwkunst als signaal van kwaliteit), maar de precieze evolutionaire ontwikkeling valt onmogelijk te ontrafelen.

Wat wel opvalt is dat op elk moment gedurende de zangvogelevolutie waarop we een overgang zien van gesloten naar open nesten, dit gepaard gaat met een opvallende toename van soorten. Van prieelvogels, die open nesten bouwen, bestaan drie keer zoveel soorten als van hun nauw verwante Australische boomkruipers, die in boomholten broeden. Hetzelfde geldt voor honingzuigers, die ook open nesten maken: zij bestaan uit meer soorten dan al hun Australische koepelbouwende zusterfamilies bij elkaar. De suboscines (een vroege aftakking van de ‘echte’ zangvogels) van het Amerikaanse continent hebben 25 keer zoveel soorten als hun zustergroepen, de breedbekken en pitta’s uit Afrika en Australazië, die allemaal hun nest overkappen.

Een ding staat vast: ons vliegenvangertje bevindt zich qua bouwstijl in prima gezelschap.

___________________________________________________

Referenties:

Hurrell Crook, J. 1963. A comparative analysis of nest structure in the weaver birds (Ploceinae). Ibis 105: 238-262.

Mainwaring, M. C. and I. R. Hartley 2013. The energetic costs of nest building in birds. Avian Biology Research 6(1): 12-17.

Mainwaring, M. C., I. R. Hartley 2013, Lambrechts, M.M. & Deeming, D.C. The design and function of birds’ nests. Ecology and Evolution 20(4): 3909-3928.

Martin, T.E., Boyce, A.J., Fierro-Calderon, K., Mitchell, A.E., Armstadt, C.E., Mouton, J.C. & Bin Soude, E. E. 2017. Enclosed nests may provide greater thermal than nest predation benefits compared with open nests across latitudes. Functional Ecology 31: 1231-1240.

Price, J. J., and S. C. Griffith. 2017. Open cup nests evolved from roofed nests in the early passerines. Proceedings of the Royal Society B 284: 20162708.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: