Stoutmoedige vogels zijn vossen te slim af

Een vrouwtje bontbekplevier verwijdert zich ongemerkt van het nest als een vos uit de ochtendnevel tevoorschijn komt. Als de vos nog wat dichterbij komt, begint de plevier zich met gespreide staart en trekkende vleugels laag over de grond voort te slepen, weg van het nest. Het lijkt alsof ze iets mankeert. Haar bewegingen vallen extra op doordat witte veerpartijen die gewoonlijk verborgen zijn nu volop zichtbaar zijn. De vos heeft haar gezien. Hij gaat meteen op een drafje over. Dat wordt een makkie. Als de vos het pleviertje op enkele meters is genaderd, vliegt de vogel op, maakt een grote boog en keert terug op het nest.

Ook bij mensen vertonen broedvogels afleidingsgedrag, zoals deze bontbekplevier op IJsland.

Wat beweegt een plevier om zich zo te gedragen? De vogel had zich ook kunnen drukken, of als de vos haar ondanks haar schutkleur toch had gezien, kunnen opvliegen. Dat was in elk geval minder riskant geweest.

Het gedrag van de plevier die met geveinsde verwonding de vos weet weg te lokken ziet er zeer doelbewust uit. Er zijn ook plevieren die met opgezette veren en schuifelende gang een dermate goede imitatie van een wegvluchtend knaagdiertje kunnen neerzetten, dat vossen zich gretig laten foppen. Hoe gewiekst deze gedragingen er ook uitzien, onderzoekers zijn het erover eens dat de vogels geen inzicht hebben in hun gedrag. Ze misleiden niet bewust.

Hoe is het afleidingsgedrag waarbij oudervogels doen alsof ze gewond zijn dan ontstaan?

Vaak wordt het gezien als een conflict tussen twee neigingen: de jongen verdedigen of op de vlucht slaan. Maar niet alle vogels doen het. Kennelijk is het gedrag geëvolueerd binnen zekere randvoorwaarden.

Allereerst moeten de vogels in een open omgeving nestelen waar ze het roofdier van ver kunnen zien aankomen. Als ze te laat van het nest wegvluchten geven ze de rover juist een waardevolle aanwijzing over de locatie van het nest. Ook als nest en jongen niet goed gecamoufleerd zijn, leidt het afleidingsgedrag al gauw tot het vinden van de jongen. Geen wonder dat we dit afleidingsgedrag veel bij soorten zien die op de weidse toendra broeden, zoals plevieren, strandlopers en sneeuwhoenders.

De truc werkt alleen bij roofdieren die komen aanwandelen, zoals zoogdieren en reptielen, niet bij vogels. Door hun lage perspectief hebben de wandelaars een beperkt zicht op de nestomgeving, terwijl vogels het nest al van veraf goed kunnen zien. De Amerikaanse goudplevieren van de Canadese toendra drukken zich dan ook als er raven of jagers overvliegen, maar passen de afleidingstruc toe bij roofdieren die over de grond naderen.

Maar die roofdieren zijn toch niet gek? Een oude slimme vos moet na enige tijd het trucje toch doorkrijgen? Je kunt je voorstellen dat de vogels zich niet kunnen permitteren het gedrag te vaak toe te passen. Je zou bijvoorbeeld verwachten dat vogels op de toendra het gedrag vaker laten zien in jaren wanneer er veel knaagdieren, en dus veel jonge vossen, zijn.

Dat over de omstandigheden waaronder het gedrag effect heeft, net als over het directe voordeel, zo weinig bekend is, komt doordat directe confrontaties tussen roofdieren en prooien zelden worden waargenomen.

Er zijn enkele onderzoeken, waaronder dat van Gómez-Serrano en López in het januari-februari nummer van Behavioral Ecology, die dat voordeel willen aantonen. In die onderzoeken treden onderzoekers zelf als roofdier op door nesten te benaderen. Het blijkt dat oudervogels die meer afleidingsgedrag vertonen, dus meer risico nemen, meer jongen weten groot te brengen. Maar let wel: of dat voordeel te danken is aan het afleiden van roofdieren of aan een andere kwaliteit van de ouders is niet te zeggen. Het oorzakelijk verband kan zelfs worden omgedraaid: hoe meer jongen, hoe meer de ouders bereid zijn risico’s te nemen en te investeren in afleidingsgedrag.

Het blijkt knap lastig om echt met cijfers aan te tonen dat afleidingsgedrag in het algemeen meer voor- dan nadeel heeft. Hoe dan ook, aangezien het gedrag nog steeds bestaat en we nog steeds plevieren hebben, moet het wel een succesvolle tactiek zijn.

____________________________________________________________________
Referenties:
Armstrong, E.A. 1954. The ecology of distraction display. The British Journal Animal Behavior 2:121-135.
Byrkjedal, I. 1989. Nest defense behavior of lesser golden plovers. Wilson Bulletin 101: 579-590.
Gomez-Serrano, M.A., López-López, P. 2017. Deceiving predators: linking distraction behavior with nest survival in a ground-nesting bird. Behavioral Ecology 28: 260-269.
Pedersen, H.C. & Steen, J.B. 1985. Parental care and chick production in a fluctuating population of willow ptarmigan. Ornis Scandivavica 16: 270-276.
Sonnerud G.A. 1988. To display or not: grouse hens and foxes, Oikos 51: 233-237.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: