Informatie is het beste wapen tegen terrorisme

Het gebeurde al wat jaren geleden – 4 mei 2010 om precies te zijn. Maar het beeld blijft plakken. Duizenden mensen zijn bijeen voor de Nationale Dodenherdenking. Twee minuten stilte. Een schreeuw. Mensen vluchten weg in alle richtingen, vluchters lopen elkaar omver, dranghekken vallen om. Het tafereel doet denken aan een kudde zebra’s die in wilde paniek uiteenstuift nadat een leeuw zich uit het struikgewas heeft losgemaakt.

De mensen stonden op scherp, dat was wel duidelijk. Maar wie was de aanvaller? In elk geval niet de verwarde dakloze die amper wist wat hij teweegbracht. De aanvaller was ingebeeld en had geen gezicht.

De angst om onverhoeds aangevallen te worden zit diep in mensen en andere dieren. Zoals een enkel roofdier duizenden prooidieren over een groot gebied op stang kan jagen, zonder ook maar een slachtoffer te maken, zo worden vandaag de dag miljoenen mensen in de greep gehouden door een relatief klein aantal terroristen.

Terroristen lijken in veel opzichten op roofdieren, maar in één opzicht juist niet. Voor roofdieren zijn angstige prooien lastig: hoe angstiger, hoe waakzamer en des te moeilijker te grijpen. Voor terroristen is angst een doel op zich: zij moet ontregelen. Het succes ervan staat of valt met hoe de ‘prooien’ op het voorgespiegelde gevaar reageren. In hun reactie op gevaar hebben mensen wat van hun dierlijkheid losgelaten. En dat is een probleem.

Anders dan andere dieren ontkennen mensen vaak het verschil tussen gevaar en risico. Gevaar staat gelijk aan potentieel risico. Als we met een gevaar worden geconfronteerd, hangt het van onze reactie af in hoeverre dat gevaar een persoonlijk risico wordt. Het feit dat relatief weinig mensen door een auto worden overreden, komt niet doordat auto’s ongevaarlijk zijn, maar omdat de meeste mensen goed opletten. We kunnen het risico verkleinen door een gevaar uit de weg te gaan, bijvoorbeeld een plek te mijden, of beter om ons heen te kijken. We kunnen ons in een groep begeven waardoor we het persoonlijke risico verkleinen. Voor alle dieren is het regel dat ze zelfstandig informatie inwinnen over gevaar en risico. Gek genoeg is dat bij de mens niet zo.

Wij doen niet altijd de moeite om er zelf op uit te gaan. Zelfs als informatie beschikbaar is, nemen we vaak genoegen met informatie uit de tweede hand. Hoe dat komt? Wij zijn dol op verhalen. Verhalen overtuigen ons vaak meer dan droge feiten. Verhalen helpen ons om informatie te ordenen, onze wereld te overzien, en onze eigen rol te bepalen. Ons verlangen naar orde is vaak zo groot dat we klakkeloos meningen voor feiten aanzien, vooral als die ons ‘verhaal’ bevestigen.

Terroristen maken hier gewiekst gebruik van. Als parasieten buiten ze de kwetsbaarheid van media (altijd op zoek naar indrukwekkende verhalen) uit. Eenmaal in de media wordt de boodschap vanzelf gevoed, waardoor zij kan uitgroeien tot een groter verhaal met nog meer effect. ‘Deskundigen’ kunnen het terrorisme bijvoorbeeld in verband brengen met moslimfundamentalisme. En door de angst daarvoor gaan mensen bovendien vrezen voor de gevolgen van vluchtelingenstromen. En zo dijt het verhaal uit, zonder dat de terroristen er enig werk aan hebben.

Ook populistische politici laten zich graag gebruiken als spreekbuis voor het angstverhaal. Met angst van burgers bouwen zij het podium waarop zij zichzelf als verlosser ten tonele voeren.

Die angstcampagnes werken omdat mensen zich in hun comfortabele verhaal wentelen zonder dat ze dat verhaal kritisch toetsen. De Britse filosoof Critchley illustreert dit met Wilders. Als Wilders de gevaren van vluchtelingen voorspiegelt, zijn er mensen die zeggen ‘hij heeft een punt’. Zo’n reactie verraadt primitieve angstgevoelens. Ze gaat voorbij aan de vraag hoe we met die angst moeten omgaan, waar die angst vandaan komt, aldus Critchley. We laten ons gemakkelijk in een verhaal opsluiten, zodat we het overzicht verliezen. We stappen zonder angst in de auto, terwijl de kans op een dodelijk ongeval vele malen groter is dan de kans dat we het slachtoffer worden van een terroristische aanval.

Veel mensen zijn weggedoken in Plato’s grot. De schaduwen op de wand jagen hun angst aan. Toch willen ze niet uit de grot klimmen om te kijken hoe de dingen echt zijn. Over die angst moeten mensen zich heenzetten. In plaats van hun angst te bezweren met verhalen, moeten ze haar confronteren. Pas dan kunnen we een samenleving van onzekerheid en angst omvormen tot een van informatie en begrip.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s